Posts

A real life aquarium

Fight the time. Vanmorgen om half 6 uit bed om te snorkelen. Ali, een lokale strandganger die er niet in slaagt om binnen het Zanzibariaanse extra uurtje op te dagen, wordt ingewisseld voor een andere captain. Met goed geweld varen we naar Mnemba, een eilandje ten noorden van Matemwe. Het is een privé-eiland en mag niet worden betreden door het plebs, maar wat rondsnorkelen langs de kust mag. Het mini-eilandje lijkt de schoonheid tot zover nog eens te overtreffen met een azuurblauwe kust.

Ik krijg al een liter water binnen als ik onder water m’n mond open van verbazing. Wroaawl, zout. Zebravisjes, prachtig uitgegroeid koraal, vissen in alle kleuren en de hele onderwatercultuur houden me de komende twee uur in bedwang. En m’n captain ook, die ik heb gevraagd wat foto’s te maken. Waar ik niet bij stilstond, is dat ik niet had aangegeven van wie. En dus heb ik ook wat profile-pictures-in-spe van de gezellige stuurman op m’n flashcard (ook wat foto’s van mij spartelend in het water overigens). Genieten boven en onder water!

We hebben nog wat tijd, dus bezoeken we de lokale vismarkt nog even. Van Afrikanen die op het strand het laatste leven uit de inktvissen smashen tot aan een soort van hal waar tientallen Zanzibarianen staan te kijken naar een goeie lading vissen. Er wordt wat gewogen, een marktkoopman neemt de tijd om me alles te vertellen over hoe het hier werkt en er worden deals gesloten.

Say wha?
Alles komt goed. Die garantie krijg ik van de taxichauffeur als we kort voor m’n vlucht bijna onmogelijk vastrijden in de blubber. Hij heeft immers “vanmorgen gebeden heeft voor een behouden rit”. Alles komt ook goed voor het geval we gestopt worden door de politie: dan ben ik een inwoner en student uit de Tanzaniaanse stad Arusha – anders moeten we de agenten met hogere geldsommen omkopen. That’s the manual for the day.

De verschijning van de taxichauffeur die me naar de luchthaven rijdt, maakt me vrolijk. Het is vrijdag, de heilige dag voor moslims. En hij heeft z’n mooie witte pak aan. Toffe vent die me naar de even lugubere als beruchte slavengrotten brengt.

Na een ritje door de modder verkennen we de omgeving waar nog niet eens zo lang geleden hele nare dingen gebeurden. Hoe klein we van omvang als Nederland zijn, des te verbazingwekkender is ons verleden in slavenhandel. En om in Balkenendes woorden te blijven: die VOC-mentaliteit was er. Niet positief. We zijn bij de slave caves van Zanzibar, waar vele mannen in barre omstandigheden letterlijk werden opgeslagen voordat ze een enkele reis wind-mee op de boot kregen naar Arabische landen. Indrukwekkend, maar het geeft ook een akelig gevoel om daar binnen te staan.

Contrast is dan wel weer de guide die praktisch niks wist. Aantallen slaven, waar ze precies heen gingen, hoe de omstandigheden op het kamp waren – ik vraag ‘m de oren van z’n kop. Zonder veel voldoening, want iedere vraag wordt beantwoord met ‘yaaaa….nothing is reported about that’. Ah, ’t is in ieder geval een indruk. En veel mag ik niet verwachten van een rondleiding van minder dan een euro.

Op weg naar de luchthaven merk ik op dat de chauffeur nogal zenuwachtig is. Kijkt wat vluchtig rond en checkt z’n klokje met regelmaat. Vooral laatste – op je klok kijken op dit eiland – baart me zorgen. Hij blijkt te twijfelen of-ie kan vragen of we even kunnen stoppen omdat-ie in de moskee moet bidden. Kort nadat ik ‘m volmondig JA zeg dat-ie de moskee in kan, wacht ik aan de kant van de weg terwijl ik op de achtergrond ‘Allah akhbarrr’ hoor. ’t Is een setting waar ik een beetje melancholisch van word: lichte moesson, een zonnetje dat voorzichtig over de weg schijnt en het dagelijkse leven op straat. Reflectie op m’n reis – 5 weken zijn snel gegaan!

De Cessna staat klaar voor de vlucht terug naar Dar-es-Salaam. Dit keer geen copiloot-acties van ondergetekende, maar ik weet dat ik vliegavonturen vanaf nu toch weer een stukje anders beleef. De rust waarin ik zit wordt nog even opgeschrikt door een ritje in Dar-es-Salaam tussen twee luchthavens. De beste buschauffeur lijkt het Guinness Book of Record snelpraten op z’n naam te hebben staan. Tof dat-ie daarom de hele geschiedenis van Nederlanders in de Premier League samenvat in een rit van 10 minuten 🙂

De laatste stukjes Afrika passeren. Nog even wat formuliertjes bij immigratie, onsamenhangende wisselingen van gates en bij binnenkomst in het vliegtuig een “maar we zijn helemaal nog niet klaar met opruimen, ga maar even terug de wachthal in”. We doen voor de derde keer Nairobi aan als tussenstop.

Nadat we definitief koers maken naar Amsterdam, realiseer ik me een paar simpele dingen. Simpele dingen met grote impact. Deze reis voelt compleet. En ik voel me ontzettend bevoorrecht dat ik ’t heb kunnen doen!

Asante sana!

Ngorongoro krater calling. Nog iets eerder dan gisteren vertrekken we voor de afdaling. Tenten in het donker neerhalen, lekker ontbijtje en de jeep in! Het blijft verbluffend en leerzaam om te zien hoe vrolijk de Afro’s iedere ochtend zijn. Tent op je nek, tegelijkertijd eitje aan het bakken, en nog steeds klaarstaan voor iedere vraag en grap die je wilt delen. Big up!

We cruisen een eindje als we de act van de dag tegenkomen: de neushoorn. Al is-ie op afstand, een machtig beest is het. ‘t Is bijzonder triest tegelijkertijd dat z’n hoorn meer waard is dan dezelfde hoeveelheid goud, wat ook meteen de enorme schaarste van de dieren hier verklaart.

Ze zijn even schuw als immens sterk, wat ook geldt voor de nijlpaarden verderop. Naast onze lunchplaats ligt een dertigtal rakkers lekker te badderen. Hoe schattig het ook klinkt, pootje baden bij de dikkers is geen best idee. Mensenkiller # 2 van de Afrikaanse wildernis (nummer # 1 is de mug – altijd leuk raadseltje voor aan de staantafel op verloren feestjes, maar dat terzijde).

Say wha?
Altijd grappig om te zien hoe je ook zelf zo’n safari doormaakt. Zo sta je tijdens het eerste uur op maximale zoom onmogelijke foto’s te maken van een gazelle 300 meter verderop, en zo staan er kuddes zebra’s om je jeep terwijl je niet eens verbaasd meer bent. It’s all about reference 🙂

We krijgen de krater op z’n best met wildlife tammer dan ooit. Beesten overal – het scheelt dat we in de eerste migratieperiode van het jaar zitten.

Encyclopedie Bennie raast erop los en vertelt ons alles over de wildernis. En ‘n Hollandse conclusie ‘heel veel waarde voor je geld’ is op z’n plaats. Geweldige mensen ontmoet en het puurste van Afrika op m’n netvlies gebrand.

Asante sana (Swahili: enorm bedankt)!!

Morning game drive

Maandag, 6 uur in de ochtend. Ik ga hier nog een keer goed in worden! We staan alweer naast onze tentjes terwijl het nog donker is. We vertrekken vroeg voor een ‘morning game drive’ – een ritje om het wild letterlijk uit de veren te zien gaan. En wakker worden krijgt een nieuwe dimensie met de eerste straaltjes van de zon op de Serengeti. Wawawiwa!

Familie leeuw meldt zich opnieuw. Niet om te jagen vandaag – ze liggen lekker op hun gemakje. Net als de andere 20 uur van de dag 🙂 We zijn op zoek naar de neef van het gezelschap: het jachtluipaard. Want hoezeer je jezelf ook tegenhoudt, vroeg of laat kom je in een beestachtige Big-Five mentaliteit. Feit dat we ‘m niet gespot hebben mag de pret niet drukken. Genoeg te compenseren met nieuwe buffels, struisvogels, hilarische dikdiks, zebra’s en olifanten.

Halverwege de dag verlaten we de Serengeti voor een uitgebreide tocht door de Ngorongoro-krater. Een immense put vol wildlife en vanaf de ‘ring’ van de krater een enorm uitzicht. Verreweg het verste uitzicht dat ik ooit heb gehad. Foto hier, gesprekje met Parijzenaren daar, lunchbreaks in de middle of nowhere en jezelf steeds weer laten verrassen. De onvoorspelbaarheid van een safari is goud waard!

Say wha?
Feit na feit. Dankzij guide Bennie. Een giraffe wordt zelden aangevallen door leeuwen. De beesten zijn namelijk in staat om met een enkele trap een leeuw uit te schakelen. Als alternatief kunnen ze ook met 50km/u wegrennen. Zou je niet zeggen als je de 5 meter lange onschuldige langnek ziet. Impressive…

Laatste geldt ook zeker voor ons nachtverblijf. We staan op de camping op de rand van de krater, dichtbij een dorpje van de Masaai-strijders. ‘Het gras is groener bij de buren’ moet hier gezegde nummer één zijn, want ik heb nog nooit zulke mooie kleuren gezien. Een stokoude boom kietelt de geest en ik begin nog wat te schrijven. Tussendoor concluderen we met de drie Hollanders dat een omgeving amper idyllischer kan zijn dan dit, zittend als drie Newtons tegen de uit te kluiten gewassen eik. Brilliant.

Awoooohhhhh!

Hup, tenten in de jeep. Lake Manyara was een begin, wordt vandaag meer dan duidelijk. We scheuren de Serengeti in, via de Ngorongoro krater. Flinke hobbeltocht, maar er is onderweg altijd iets om naar te kijken. Gazelles, zebra’s en wildebeests balken je in monotoon geluid tegemoet. Zo tussen de beesten geeft wel het echte National Geographic gevoel.

We staan inmiddels continu in de jeep en staren over oneindige vlaktes (Serengeti is ook Swahili voor oneindige vlakte). Half Nederland aan droge vlakte, en op iedere meter kans op beesten. We zitten aan het eind van het regenseizoen en gaan wel richting de droogte, maar alles is nog flink begroeid. Regelmatig komt ‘t dus ook voor dat je de dieren niet ziet. Maar guide Bennie is scherper dan ooit, en spot tussen z’n manoeuvreerkunsten door het beste wild.

Say wha?
Onder het genot van een ondergaande zon, eindeloos uitzicht, giraffen in silhouet, gefluit van exotische vogels en een bonkend hart van plezier, rijden we naar onze staanplaats voor de nacht. En die is op de Serengeti. Parken zijn niet omheind, dus praktisch staan we met onze simpele tentjes tussen het wild. Guide Bennie vertelt ons dat het weinig voorstelt: de beesten zien de tenten als object en laten reizigers doorgaans met rust. En als je ‘s nachts naar de wc gaat: zaklamp mee, en van onder je lichaam naar boven schijnen: maakt je groter als je een paar lichtgevende ogen tegenover je hebt. Met gemengde gevoelens – enthousiasme en kick op nummer 1 – kruipt iedereen z’n tentje in 🙂 Hyenagehuil klinkt van dichtbij, en een baboon krijst om 03.00 AM van dichtbij m’n tent. We mogen ‘t vanaf nu zeker avontuurlijk gaan noemen 🙂

Zo een kudde buffels, tal van hippo’s en: veel leeuwen. We spotten een leeuw met z’n verse vangst: een gnoe die het laatste licht heeft gezien. De leeuw blijkt z’n tijd te verdelen over het bewaken van z’n prooi (de roofvogels zijn meteen in de buurt) en z’n jongen. Die blijken even verderop te zijn, in veertienvoud. Even later zitten we in onze jeep omringd door leeuwen. Spectaculair!

Woorden schieten te kort, dus daarom doen we het vandaag met veel, heel veel mooie beelden. Life’s good!

Bakkie?

Het eerste bakkie koffie smaakt naar meer vandaag. De koffietour start om 08.00 AM bij het koffiecafeetje dat ik gister ontdekt heb. Even aanmelden en de volgende dubbele espresso in ontvangst nemen. Kilimanjaro’s finest! In combinatie met echt té vriendelijk personeel is het genieten. Onder wie een medewerker van formaat van de held uit de Uncle Ben’s (?) reclame. Hij wordt door het cafépersoneel geïntroduceerd als de alwetende op koffiegebied. Balen dat-ie beperkt Engels spreekt 🙂

Patrick is de chauffeur vandaag. En een zware rechtervoet heeft-ie. Een goeie kudde koeien mag van geluk spreken dat ze nog rondhobbelen. En wij dat onze auto met inhoud er langs is gescheurd. Eenmaal op locatie ontmoeten we Joseph, met wie we – inclusief taxichauffeur – nog een kannetje koffie wegtikken. Patrick blijkt ‘n slimme vent te zijn – het is de eerste Tanzaniaan met wie ik volzinnen Nederlands spreek. Volop energie stuiteren we weg: start van de koffietour. Het hele proces van plukken van de koffiebessen (rood = plukken; groen = laten hangen) voeren we uit. M’n 2 meter is ineens praktisch in de Afrikaanse jungle: de meest onmogelijke bessen zijn voor mij. Ik schiet intussen nog een kiekje en ben verbaasd van hoe schuchter de lokale bevolking in de dorpjes is; zelfs even toestemming gevraagd om te sluiter over te halen.

Say wha?
In een waterval van feiten over koffie (walhalla!) komt ook de prijs van de koffie langs. Joseph is zelf ook koffieboer en levert aan Fair Trade handelaren. Dat betekent voor hem dat-ie een bedrag ontvangt dat redelijk is en dat-ie niet wordt uitgeknepen door argeloze multinationals. Tot een bepaalde hoogte, vanzelfsprekend. Verschillen zijn namelijk nog steeds enorm. Joseph ontvangt voor 1 kilo (=25 bakken koffie) omgerekend minder dan 1 euro. Een hele keten van dozen schuiven, transport van A tot Z, tussenhandelaren en exotische koffienamen verder, ontvang je bij Starbucks een kopje voor minstens 3,50 euro. Prijs gaat letterlijk tientallen malen over de kop.

Na het plukken, meerdere laagjes van de bes verwijderen, malen, spoelen, branden en fijnmalen, hebben we ons eigen heerlijke bakkie Tanzaniaanse leut. Zwart goud, zoals je het hier rustig mag noemen. Letterlijk een heerlijke ervaring! Het blijkt een starter, omdat er ook nog een super lunch bereid wordt. De partnerboom van de koffiebomen is namelijk de bananenboom. Door het grote blad beschermt-ie de koffie-in-spe van de zon. Gevolg: ze doen alles met bananen hier. Naja, bijna alles. Denk ik. In ieder geval, de groene halfrijpe banaan wordt gebakken en is bijna hetzelfde als aardappel qua textuur en smaak.

Say wha?
Typisch hoe ‘native’ sprekers – Engelsen en Amerikanen – het niet voor elkaar krijgen om hun moedertaal aan te passen naar het Afrikaans Engels. Het gaat niet om volzinnen, maar om steekwoorden: “Beer for me please” ipv “Well, I was just wondering if there was any chance that you are providing some, well, like, euaahmm, beers, you know, down here”. Ain’t working, buddy.

Goeie basis voor de terugreis. Waarop ik terwijl op goeie snelheid door de bergen en passen scheuren een ‘Rotterdam supermarket’ spot, ik (zoals eigenlijk overal) Afrikanen zie die gewoon lekker langs de kant kunnen zitten ‘as if they don’t care’ en waar ieder schooltje, bedrijfje, vereniging of winkel een misson, vision en slogan op de muren geschilderd heeft. Simpele busritjes blijven genieten! Yep – zelfs met een truck die een half uur lang voor ons rijdt en dieselgassen spuwt. Ach 🙂