DSC06721

Koninginnerit

De wekker gaat om 08.00u. Dag van de Koninginnerit. Na een goede nacht in Salobrena tijd voor de koers richting Lanjarón. Een stevig ontbijt met melkbroodjes en bananen verder, zetten we ons op de pedalen. ‘Alle begin is moeilijk’ telt vandaag niet: we starten met een flinke afdaling. De koele ochtenden zijn voelbaar aan de beentjes. Temperatuurverschillen tussen klimmen en dalen zijn sowieso groot.

 

Na de afdaling nemen we de afslag voor de laatste boodschappen bij de supermarkt. Nog even de sanitaire stop bij de supermarkt. Of eigenlijk, tegen de supermarkt aan. Het zal – eerlijk – toch wat spanning zijn omdat we weten dat dit de tocht met de pittigste klim wordt.

We rijden de tocht op eigen tempo’s, maar allemaal op zeer respectabel niveau. Er mag inderdaad regelmatig stevig geklommen worden en af en toe worden we getrakteerd op een buitje. In tweetal wissel ik met EJ van kop en wisselen we water uit. Ik zoek me af en toe een ongeluk naar de juiste versnellingen maar het gaat erg lekker. De omgeving is verbijsterend mooi met ongekende uitzichten over groene valleien. Het is bijna een belediging om met de auto door zo’n gebied te blazen.

Het is genieten van de omgeving en voor lekker blijven trappen. We komen op de route Motril – Órgiva langs prachtige dorpjes en stoppen bij laatste. Rondje sightseeing met flessen water en zadel in de hand, en helm steevast op. We komen langs gezellige pleinen waar de Spanjaarden met hele families samenscholen (ontmoeten doe je buiten!), we bekijken wat monumenten en kiezen een gezellig restaurantje voor een welverdiende lunch.

Het is een tent met duidelijk Moorse invloeden en de kaart is voor een groot deel Marokkaans. We gaan voor de ‘vitamin explosion’ en een spinaziefalafel. Als we vol zitten, komt er nog een Duitser een bedrijfsidee pitchen. Een nieuwe service die gezinnen naar de top van de berg brengt en vervolgens zelf laat afdalen langs de mooie dorpjes. Al zijn wij minder geïnteresseerd (de klim is de overwinning, weten we inmiddels met onze minimale ervaring), het klinkt aardig voor gezinnen. Minder goed is zijn inschatting van de afstand (Órgiva – Lanjarón) die ons resteert. Enkel nog zeven kilometer en ‘mostly flat’ blijkt zeer optimistisch te zijn. Les: ook van de Duitsers kunnen we niet op aan als op inschattingen aankomt. Een goeie klim en een bak regen volgen.

‘Prijs de dag niet eer het avond is’, gaat vandaag wel op. Ook op deze dag is er een ‘staart’. De eigenaar komt de vier verregende honden tegemoet in Lanjarón. Na ons onderonsje met de lokale bejaarden onder het afdakje, mogen we weer aan de bak. De vriendelijke, harige Airbnb-gastheer Luna heeft een auto en laat ons hem volgen. Hij weet hoe hij ons moet motiveren en is bewust cryptisch in hoeveel bochten en klimmetjes er nog komen. We fietsen waar we kunnen, maar het is vaak te steil of hobbelig om rond te komen.

Een schaterlach is wat volgt als blijkt dat we opnieuw helemaal bovenin de bergen zitten en we zullen moeten afzien voordat we er zijn. Maar who cares: het huisje is om van te dromen. Een zelfbouw houten blokhut met twee etages, alle voorzieningen die je nodig hebt, zonne-energie, omgeven door een eigen boerderij met kippen en schapen, en in de wolken. De sfeer hangt er meteen goed bij.

Ik zet een bakkie voor Alex en mij en we relaxen wat. Mooie muziek luisteren met de beentjes gestrekt. We smelten als een stel mietjes als het dochtertje van Luca vergezeld door haar vader een bord verse schapenkaas in de vorm van hartjes en eieren komt brengen.

De regen is nog niet gaan liggen als we onze afdaling (te voet) richting het dorpje Lanjarón maken. Het voelt als een verlaten dag – alle cafes zijn nog dicht en onze onwennigheid met het Spaanse eetrooster lijkt nog niet voorbij. Na de gebruikelijke boodschappen in een klein winkeltje biedt een hotel soelaas. We knijpen als enige gasten onze doordrenkte jassen uit en bemannen een barretje. Een potje toup met Spaanse speelkaarten volgt. Het kannetje sangria met kaneelstok en de plank met ham en kaas ziet het daglicht maar kort. We promoveren onszelf naar de eettafel en genieten van een Andalusische plaat. De bloedworst, saucijs, aardappelen en groenten gaan er goed in.

We hoeven het niet te hebben van de gastvrijheid in dit hotel, maar we slagen er uiteindelijk in een taxi te hebben. Twijfelachtig vragen we de chauffeur of hij dat pokke-eind tegen die berg omhoog durft. Blijkt zo te zijn. In het donker op de achterbank maak ik nog een bijna-doodervaring door als onder de neus van de auto geen ondergrond meer te zien is. Het moet de sangria zijn, want de chauffeur heeft alles perfect op een rijtje. Zo goed zelfs, dat hij na aankomst in z’n achteruit een deel van de route opnieuw aflegt. Man got skills. We checken door de mist nog even de lichtkegel van z’n voorlichten om zeker te zijn dat hij weer koers maakt naar beneden – en wel over de weg. Met wijd versperde pupillen en een mijnwerkerslamp vervolgen we onze laatste honderd meter naar het huisje.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply