dsc02965-1030x1373

It’s a bumpy road…

Wake up, rise & shine! Uit de veren, en tijd voor een ontbijtje voordat we voor 12 uur de bus in springen. Een paar samosa’s op de hoek van de straat en flink wat water – we zetten de tocht voort! Een ticketje is snel gekocht, maar het beste papiertje blijkt aan boord van levensbelang. Zoals het ware Afrikanen betaamt, neemt ook deze inspecteur het formulier serieus als de Bijbel. Check 1, check 2, en check 3 onderweg. Formuliertje (dunner dan krantenpapier) verliezen is spelen met je leven.

Say wha?
Ik ben in goed gezelschap van een jongetje van 6 jaar, die net door z’n vader op de bus is gezet voor een reis die even lang duurt als de mijne – 12 uur. Kinderen in Afrika worden sneller volwassen dan Nederlandse kinderen. De doerak geeft me af en toe met puppy-ogen z’n fles water aan, en andere pakjes die hij zelf niet open kan maken. De rest van de rit zet-ie z’n strenge survival-blik op en wisselt niet veel woorden. Ik heb grote bewondering voor ‘t mannetje.

De nieuwsberichten weten me te vinden: als de motor van de bus na wat gerochel is gestart, vertelt het ochtendjournaal dat in Bungoma (eindstop om de rest naar Kimilili per auto te rijden) ook gister weer iemand is afgeslacht, de 10e deze week. Politieke rellen. Toch weinig reden tot zorgen – zinloos om je druk over te maken. Heb het nieuws eigenlijk ook zo weer uit m’n hoofd door de glazige toestand van een kleine jetlag en reisuurtjes in de rugzak waarin ik me begeef. Jezelf verslapen is overigens geen optie: ik heb meerdere keren serieus gedacht dat we met bus en al gingen omvallen. Wegen in Kenia kunnen echt beroerd zijn – maar voertuigen zijn daarom ook voorzien van extreme vering.  Uitrusting die je meer het gevoel van een kermis geeft dan een bus 🙂

Dommelen, verdwaasd opkijken, en dommelen is het thema van de busreis. Overigens erg goed als introductie op Kenia: de vele dorpjes en steden die we doorkomen geven een goeie indruk van het land. Overweldigd kijk ik af en toe uit het raam naar hoe enorm primitief mensen leven, maar tegelijkertijd hoeveel interactie er is op straat. Had de rit niet willen missen.

Bungoma, 19.00u: alsof we ermee spelen. Door de positie op de evenaar gaat de zon op dit tijdstip onder alsof het licht uitgaat. Het is gelukkig nog licht genoeg om Britse vriendinnen Jo en Emily te vinden. Jo werkt bij IcFEM, de partnerorganisatie van United Cubs. Ze woont permanent in Kimilili en heeft sinds kort steun van Emily, een vrijwilligster die aan projecten van IcFEM meewerkt. We komen al kennismakend het zeer primitieve dorpje ingehobbeld, waar in het gasthuis een heerlijke maaltijd staat te wachten. Geserveerd door de twee liefste hostel ladies die ik ooit gezien heb: Emily en Catherina. Het zangerige en altijd intens vriendelijke ‘welcooooooomeeee Thooooooommmm’ deint nog na in m’n hoofd, wat een prachtige mensen. Voor het ‘compound’ waar we verblijven (het gasthuis, en een paar huizen van de eigenaars van de stichting) geldt hetzelfde. We zijn ‘s nachts continu omringd door bewapende ‘watchmen’. De stalen poort mag hoog zijn, de Afrikanen nemen het zekere voor het onzekere.

Say wha?
Watchman Alfred vertelt ook dat Masai strijders – die op de vlakte in het wild tussen de leeuwen leven, geen angst hebben voor de grote katten: “I guarantee that the lions on the Serengeti are more afraid of the Masai then the Masai are of Lions of the Serengeti”. D’accord.

Zo ook Alfred Malika, watchman van het eerste uur die graag meerdere keren tijdens m’n stay over Nederlands voetbal praat, de oorsprong van z’n achternaam toelicht, en uitlegt dat hij een voormalig Masaai-strijder is. Z’n wapens liegen er niet om: authentieke stalen pijlen met boog. “But, have you ever used those?” “Of course! I’ve ‘used’ them for 3 or 4 people”. Alfred zorgt er in ieder geval voor dat ik met alle gemak het klokje rond slaap.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply