Koninginnerit

De wekker gaat om 08.00u. Dag van de Koninginnerit. Na een goede nacht in Salobrena tijd voor de koers richting Lanjarón. Een stevig ontbijt met melkbroodjes en bananen verder, zetten we ons op de pedalen. ‘Alle begin is moeilijk’ telt vandaag niet: we starten met een flinke afdaling. De koele ochtenden zijn voelbaar aan de beentjes. Temperatuurverschillen tussen klimmen en dalen zijn sowieso groot.

 

Na de afdaling nemen we de afslag voor de laatste boodschappen bij de supermarkt. Nog even de sanitaire stop bij de supermarkt. Of eigenlijk, tegen de supermarkt aan. Het zal – eerlijk – toch wat spanning zijn omdat we weten dat dit de tocht met de pittigste klim wordt.

We rijden de tocht op eigen tempo’s, maar allemaal op zeer respectabel niveau. Er mag inderdaad regelmatig stevig geklommen worden en af en toe worden we getrakteerd op een buitje. In tweetal wissel ik met EJ van kop en wisselen we water uit. Ik zoek me af en toe een ongeluk naar de juiste versnellingen maar het gaat erg lekker. De omgeving is verbijsterend mooi met ongekende uitzichten over groene valleien. Het is bijna een belediging om met de auto door zo’n gebied te blazen.

Het is genieten van de omgeving en voor lekker blijven trappen. We komen op de route Motril – Órgiva langs prachtige dorpjes en stoppen bij laatste. Rondje sightseeing met flessen water en zadel in de hand, en helm steevast op. We komen langs gezellige pleinen waar de Spanjaarden met hele families samenscholen (ontmoeten doe je buiten!), we bekijken wat monumenten en kiezen een gezellig restaurantje voor een welverdiende lunch.

Het is een tent met duidelijk Moorse invloeden en de kaart is voor een groot deel Marokkaans. We gaan voor de ‘vitamin explosion’ en een spinaziefalafel. Als we vol zitten, komt er nog een Duitser een bedrijfsidee pitchen. Een nieuwe service die gezinnen naar de top van de berg brengt en vervolgens zelf laat afdalen langs de mooie dorpjes. Al zijn wij minder geïnteresseerd (de klim is de overwinning, weten we inmiddels met onze minimale ervaring), het klinkt aardig voor gezinnen. Minder goed is zijn inschatting van de afstand (Órgiva – Lanjarón) die ons resteert. Enkel nog zeven kilometer en ‘mostly flat’ blijkt zeer optimistisch te zijn. Les: ook van de Duitsers kunnen we niet op aan als op inschattingen aankomt. Een goeie klim en een bak regen volgen.

‘Prijs de dag niet eer het avond is’, gaat vandaag wel op. Ook op deze dag is er een ‘staart’. De eigenaar komt de vier verregende honden tegemoet in Lanjarón. Na ons onderonsje met de lokale bejaarden onder het afdakje, mogen we weer aan de bak. De vriendelijke, harige Airbnb-gastheer Luna heeft een auto en laat ons hem volgen. Hij weet hoe hij ons moet motiveren en is bewust cryptisch in hoeveel bochten en klimmetjes er nog komen. We fietsen waar we kunnen, maar het is vaak te steil of hobbelig om rond te komen.

Een schaterlach is wat volgt als blijkt dat we opnieuw helemaal bovenin de bergen zitten en we zullen moeten afzien voordat we er zijn. Maar who cares: het huisje is om van te dromen. Een zelfbouw houten blokhut met twee etages, alle voorzieningen die je nodig hebt, zonne-energie, omgeven door een eigen boerderij met kippen en schapen, en in de wolken. De sfeer hangt er meteen goed bij.

Ik zet een bakkie voor Alex en mij en we relaxen wat. Mooie muziek luisteren met de beentjes gestrekt. We smelten als een stel mietjes als het dochtertje van Luca vergezeld door haar vader een bord verse schapenkaas in de vorm van hartjes en eieren komt brengen.

De regen is nog niet gaan liggen als we onze afdaling (te voet) richting het dorpje Lanjarón maken. Het voelt als een verlaten dag – alle cafes zijn nog dicht en onze onwennigheid met het Spaanse eetrooster lijkt nog niet voorbij. Na de gebruikelijke boodschappen in een klein winkeltje biedt een hotel soelaas. We knijpen als enige gasten onze doordrenkte jassen uit en bemannen een barretje. Een potje toup met Spaanse speelkaarten volgt. Het kannetje sangria met kaneelstok en de plank met ham en kaas ziet het daglicht maar kort. We promoveren onszelf naar de eettafel en genieten van een Andalusische plaat. De bloedworst, saucijs, aardappelen en groenten gaan er goed in.

We hoeven het niet te hebben van de gastvrijheid in dit hotel, maar we slagen er uiteindelijk in een taxi te hebben. Twijfelachtig vragen we de chauffeur of hij dat pokke-eind tegen die berg omhoog durft. Blijkt zo te zijn. In het donker op de achterbank maak ik nog een bijna-doodervaring door als onder de neus van de auto geen ondergrond meer te zien is. Het moet de sangria zijn, want de chauffeur heeft alles perfect op een rijtje. Zo goed zelfs, dat hij na aankomst in z’n achteruit een deel van de route opnieuw aflegt. Man got skills. We checken door de mist nog even de lichtkegel van z’n voorlichten om zeker te zijn dat hij weer koers maakt naar beneden – en wel over de weg. Met wijd versperde pupillen en een mijnwerkerslamp vervolgen we onze laatste honderd meter naar het huisje.

Dos-uno-uno-uno

We kunnen niet vertrekken uit het prachtige Nerja zonder wat van de stad gezien te hebben. Daarom doen we voor vertrek nog een zondagochttendtoer door de stad. Terwijl het lichter wordt, zien we de gezellige straatjes, de prachtige boulevard met eindeloos uitzicht over de Middellandse zee en pleintjes met sinaasappelbomen (empirisch advies van tourguide EJ om de bittere vruchten niet te proeven). Een enkele Spanjaard loopt ook al een rondje of pakt de mountainbike, maar het is vooral nog heel erg rustig.

We zijn voldaan van een goed ontbijtje vol zoetigheid en zetten in op de volgende bestemming: verder de N-340 af naar Motril. Na wat bagagedragerprobleempjes (veel water mee) gaan we onder een prachtig zonnetje in lekker tempo omhoog. We zijn in gezelschap van veel andere renners. Sommigen daarvan worden zelfs een ‘target’ om in te halen, anderen laten we na een vriendelijk “Adio” verstandig aan ons voorbij koersen.

Eerlijkheid gebiedt dat ik deze tocht best wat moeite heb het juiste tempo te vinden. Ik ben aan het kloten met versnellingen en zit er niet helemaal lekker in op stukken. Acceptatie van de reis: we wisselen elkaar af met sterke en minder sterke dagen. ’t Is een geweldige manier om je lijf goed te leren kennen. Na een stevig tochtje is de duik in zee een welkome afwisseling.

Onze Airbnb is even buiten Motril, in Salobreňa. We volgen in eerste instantie de instructies van onze gastheer en komen aan, aan het begin van de wijk in de bergen. Garmin en Google Maps geven aan dat dit het moet zijn, maar het is enkel een indicatie dat de rest van de wijk niet meer genummerd is. Wij moeten nog steeds op zoek naar huisnummer 2111. Laatste wordt een legendarisch nummer.

We klimmen eerst op goed geluk stijl naar boven, maar te laat zien we dat de doornummering van huizen helemaal niet Nederlands-logisch is. Met de hulp van voorbijgangers komen we erachter dat in dit internationale rentenierstukje Andalusië niet de geografische positie, maar het moment van bouwen het nummer bepaalt. Zo zou 2111 dus bovenin, maar ook rustig onderin het gebergte kunnen zijn.

Tijd voor een belletje met gastheer Eduardo. In een Spaans-Engels-Franse constructie praten we volledig langs elkaar heen. Onze opmerking dat we 1 uur later zijn, vangt hij op als een vraag naar het huisnummer, waarna hij de getallen 2-1-1-1 meermaals op ons afvuurt. Zonder voldoening verbreken we de verbinding en rijden / lopen we in het lichtste verzet met de tong tussen de spaken rondjes omhoog en omlaag.

Uiteindelijk vinden we de hut. We komen erachter dat we er twee keer voorbij zijn gereden, maar het maakt allemaal niet zoveel meer uit. Eduardo is kort van stof en bromt dat we de sleutel morgenochtend over het hek kunnen gooien. Navraag leert Alexis en J dat de beste man ons ook toegang geeft tot het lokale zwembad, verder geen pas of sleutel nodig. En oh, dat hij morgen even weg is omdat hij bij de dokter een spuitje krijgt. Is goed jongen! Het huisje is een lappendeken van kleuren waar een studentenhuis jaloers op is, maar heeft alles wat we nodig hebben. We hobbelen naar beneden naar het zwembad.

Het zwembad heeft dus zeker wel een toegang. En een Amerikaanse opa die met z’n kleinkinderen aan het zonnebaden is. Ons spontane “ola!” met uitroepteken wordt beantwoord met een cynische “ola.” met een keiharde punt. Het even hilarische als ongemakkelijke gesprek heeft als belangrijkste resultaat onze onverwachte toegang tot het zwembad. Even als jonge honden met een bal spelen, een tukkie doen aan de rand van het zwembad en een boekje lezen.

Na serieuze poging tot het laten bezorgen van een pizza, is ons beste alternatief een tocht per taxi naar beneden, het stadje Salobrena in. En kijk eens wie we daar hebben! De aardige variant van dezelfde taxichauffeur die ons een paar uur geleden amper hielp met het vinden van de weg.

De innerlijke mens wordt verwend bij een gezellig restaurant in het dorpje. De vissoep vooraf wordt spontaan vergezeld door aardappelkroketjes en vers brood, het hoofdgerecht wordt afgetopt met een lepel vers citroenijs. We worden als koningen behandeld. Topservice met passie voor het eten. Blijkt dat de bediening ons aanzag voor een groep gasten die hier vijf jaar eerder ook was.

Nagenietend doen we de route naar huis tweemaal omdat de boodschappen in het restaurant zijn achtergebleven. De taxichauffeur geeft volgas bergop, waardoor we gelukkig toch de nodige nachtelijke uurtjes kunnen pakken: morgen de Koninginnerit naar Lanjaron.