“Mooie diengen!”

Tanzania roept! Vandaag opnieuw een reisdagje – een uurtje of 4 met de shuttle bus naar Arusha, hotspot van het land van de giraffe. Laatste moet wel verklaren waarom ik er zo’n goed voorgevoel van heb. Ik besef dat ik in een ultra-premium bus zit als we een paar minuten naar een oer-Amerikaanse oh-my-gooowd-isn’t-it-amazing film zitten te kijken in de bus. Wilde honden en een groep tieners op vakantie op een onbewoond eiland. Heb er niet heel veel van meegekregen – mijn gedachten waren al bij het echte safariwild.

Niet voordat we de grens over zijn: Namanga. Een begrip op zich. Eigenlijk een complete chaos waar je aan de ene kant van de straat Kenia uitgaat en naar de overkant wat flappen neerlegt voor een Tanzaniaans visum. Niet zonder een drievoud aan formulieren te volbrengen – of je ook even wilt laten weten welk budget je van plan bent te besteden in het land 😀 Maar geen zorgen, je krijgt toegang tot een ge-wel-dig land (serieus).

Say wha?
Tanzania is van begin af aan een land van prachtige mensen: we lopen in omgeving Namanga voor een pis-stop een winkeltje door om de blazen te legen, wanneer de eigenaar en z’n bro een praatje aanknopen. Z’n opening: “Hey, Ajax! Mooie diengen!” Met daarna een heel gesprek over het aantal fietsen per Nederlander, fietspaden, hoe je een fiets pakt die tussen andere fietsen staat (inclusief zandtekening van ondergetekende), de Hollandse vrouw, polderen en tolerantie. Mij had-ie. Had me ook de hele winkel kunnen laten leegkopen in m’n euforie. Wat een held. “Totte ziens!”

In de bus – laatste stukje Kenia achter me – bedenk ik me dat de hakuna-matata mentaliteit me in de greep krijgt. Alles gaat op het gemakje, ik baladeer rustig over de straatjes en ga even tukken als het moment zich aandoet. Niet eens zo gek. Al zou ik ‘t niet voor permanent willen, het geeft goed perspectief op hoe wij af en toe onze benen onder het lijf vandaan rennen.

Say wha?
Het alleen reizen is volop reflectie,  hoe filosofisch het ook klinkt. Een absolute aanrader om jezelf op de proef te stellen en ik voel me er heel relaxt en geïnspireerd onder. Toch is het eerlijk om te zeggen hoe heerlijk het is om met Saskia te bellen en hoe dat de batterij weer oplaadt voor de rest van de trip. Alleen met de rugzak op pad brengt je dichter bij jezelf, maar misschien nog wel dichter bij de gedachte hoe bijzonder de mensen om je heen zijn.

Arusha is een warm welkom. Toeristische stad, maar erg aangename sfeer. Aangename temperatuur door de 1500 meter hoogte waarop het ligt (aan Mt. Meru). Het voelt een beetje als een mediterraans dorp. Qua bouwstijl en kleuren doet het er in ieder geval niet aan af. Ik maak een korte wandeling en kies het meteen legendarische YMCA-hostel uit.  De grote cashwissel van Keniase naar Tanzaniaanse shillings volgt. Tanzanianen zeggen zelf inmiddels al dat het geld enkel goed is om er korrels graan mee af te rekenen: 2.000 TSh is minder dan 1 euro.

Say wha?
Het concept van jezelf thuisvoelen is zo apart. Soms zijn ‘t verklaarbare zaken, soms is ‘t gewoon een gevoel. Zou ‘r nog wel eens een studie naar willen doen hoe ‘t komt dat ik me in de ene stad (Arusha, Kisumu) meteen thuisvoel, terwijl dat bij andere steden zo’n ander gevoel geeft (Nairobi). Kleine observaties die een groot verschil maken waarschijnlijk, maar o zo typisch.

De centen heb ik namelijk hard nodig voor de safari. Veel gelezen, nu tijd voor actie: op straat / in een kantoortje wat boeken. Ik hoef niet te zoeken met tientallen ‘touts’ die je het liefst op straat laten tekenen voor een 10-daagse trip. Na wat vergelijken, onderhandelen en een klein beetje tussen de regeltjes doorkijken heb ik ‘m: Amazing Safari’s. Donderdag vertrek ik naar Lake Manyara national park, het Ngorongoro-krater reservaat, en vanzelfsprekend de Serengeti. Gaaf!

Welcome to Africa!

There we are! Na een flinke vlucht Chicago – Istanbul – Nairobi is het al meteen een stukje terug in de tijd op de luchthaven van de hoofdstad van Kenia. Ondanks ‘t tijdstip (02:30 in de nacht)  is de sfeer er niet minder op: waar ik mezelf al had ingesteld op norse gezichten die je normaalgesproken aantreft bij alles wat bureaucratisch is – werd ik hier vriendelijk toegelachen door de Afrikaan achter de balie. 50 Amerikaanse dollar neerleggen volstaat voor een visum. Nog nooit zo snel geregeld!

De minstens zo sympathieke chauffeur James zet de vreugde voort en geeft me een spoedcursus Swahili in de taxi. Waarschijnlijk een subtiel antwoord op dat m’n Lonely Planet Swahili dat ik de afgelopen 17 uur up-in-the-air had proberen te leren belachelijk klonk 🙂 Habaree (hoe gaat het), ndio (ja) en hapana (nee) gaan de vocabulaire in. For life, denk ik, want ik heb ze nog dagelijks mogen gebruiken daarna.

Say wha?
M’n overnachting in Nairobi bleek op een historische plaats te zijn: de straat waar Al-Qaida jaren terug de enige aanslagen op Afrikaanse bodem pleegde. Goed slaapmutsje 😉

‘t Is ‘s nachts een rustige kennismaking met hoofdstad Nairobi. Stelregel van de reizigers in Afrika – en ook de Afrikanen zelf – is om na 7 uur ‘s avonds  binnen te blijven. James weet er alles van en cirkelt de stad wat rond voor een hostel. De goedkope optie blijkt Eureka Highrise te zijn: het eerste hostel ter wereld dat me ontvangt als meneer ‘Koninkrijk Van”, bij gebrek aan verder lezen van de eerste letters op m’n paspoort. Rumoerige nacht omdat het hostel grenst aan de Tom Mboy straat, waar continu (echt continu) bussen vertrekken.

De nacht is verder niet lang: ik besluit om er 2 uur van te maken, om vroeg op te staan en meteen naar het noordwesten te karren: Kimilili calling! Heb ongelofelijk veel zin in het grote avontuur! De woorden van een Afrikaanse op Istanbul airport maken dat alleen maar sterker: Afrika is een warm welkom. En, zoals ze zegt: ‘Well, if you’ve survived India, you’ll definitely survive Kenya” 🙂