“Mooie diengen!”

Tanzania roept! Vandaag opnieuw een reisdagje – een uurtje of 4 met de shuttle bus naar Arusha, hotspot van het land van de giraffe. Laatste moet wel verklaren waarom ik er zo’n goed voorgevoel van heb. Ik besef dat ik in een ultra-premium bus zit als we een paar minuten naar een oer-Amerikaanse oh-my-gooowd-isn’t-it-amazing film zitten te kijken in de bus. Wilde honden en een groep tieners op vakantie op een onbewoond eiland. Heb er niet heel veel van meegekregen – mijn gedachten waren al bij het echte safariwild.

Niet voordat we de grens over zijn: Namanga. Een begrip op zich. Eigenlijk een complete chaos waar je aan de ene kant van de straat Kenia uitgaat en naar de overkant wat flappen neerlegt voor een Tanzaniaans visum. Niet zonder een drievoud aan formulieren te volbrengen – of je ook even wilt laten weten welk budget je van plan bent te besteden in het land 😀 Maar geen zorgen, je krijgt toegang tot een ge-wel-dig land (serieus).

Say wha?
Tanzania is van begin af aan een land van prachtige mensen: we lopen in omgeving Namanga voor een pis-stop een winkeltje door om de blazen te legen, wanneer de eigenaar en z’n bro een praatje aanknopen. Z’n opening: “Hey, Ajax! Mooie diengen!” Met daarna een heel gesprek over het aantal fietsen per Nederlander, fietspaden, hoe je een fiets pakt die tussen andere fietsen staat (inclusief zandtekening van ondergetekende), de Hollandse vrouw, polderen en tolerantie. Mij had-ie. Had me ook de hele winkel kunnen laten leegkopen in m’n euforie. Wat een held. “Totte ziens!”

In de bus – laatste stukje Kenia achter me – bedenk ik me dat de hakuna-matata mentaliteit me in de greep krijgt. Alles gaat op het gemakje, ik baladeer rustig over de straatjes en ga even tukken als het moment zich aandoet. Niet eens zo gek. Al zou ik ‘t niet voor permanent willen, het geeft goed perspectief op hoe wij af en toe onze benen onder het lijf vandaan rennen.

Say wha?
Het alleen reizen is volop reflectie,  hoe filosofisch het ook klinkt. Een absolute aanrader om jezelf op de proef te stellen en ik voel me er heel relaxt en geïnspireerd onder. Toch is het eerlijk om te zeggen hoe heerlijk het is om met Saskia te bellen en hoe dat de batterij weer oplaadt voor de rest van de trip. Alleen met de rugzak op pad brengt je dichter bij jezelf, maar misschien nog wel dichter bij de gedachte hoe bijzonder de mensen om je heen zijn.

Arusha is een warm welkom. Toeristische stad, maar erg aangename sfeer. Aangename temperatuur door de 1500 meter hoogte waarop het ligt (aan Mt. Meru). Het voelt een beetje als een mediterraans dorp. Qua bouwstijl en kleuren doet het er in ieder geval niet aan af. Ik maak een korte wandeling en kies het meteen legendarische YMCA-hostel uit.  De grote cashwissel van Keniase naar Tanzaniaanse shillings volgt. Tanzanianen zeggen zelf inmiddels al dat het geld enkel goed is om er korrels graan mee af te rekenen: 2.000 TSh is minder dan 1 euro.

Say wha?
Het concept van jezelf thuisvoelen is zo apart. Soms zijn ‘t verklaarbare zaken, soms is ‘t gewoon een gevoel. Zou ‘r nog wel eens een studie naar willen doen hoe ‘t komt dat ik me in de ene stad (Arusha, Kisumu) meteen thuisvoel, terwijl dat bij andere steden zo’n ander gevoel geeft (Nairobi). Kleine observaties die een groot verschil maken waarschijnlijk, maar o zo typisch.

De centen heb ik namelijk hard nodig voor de safari. Veel gelezen, nu tijd voor actie: op straat / in een kantoortje wat boeken. Ik hoef niet te zoeken met tientallen ‘touts’ die je het liefst op straat laten tekenen voor een 10-daagse trip. Na wat vergelijken, onderhandelen en een klein beetje tussen de regeltjes doorkijken heb ik ‘m: Amazing Safari’s. Donderdag vertrek ik naar Lake Manyara national park, het Ngorongoro-krater reservaat, en vanzelfsprekend de Serengeti. Gaaf!

Junkie Nairobi

Reisdagje in het verschiet! Vandaag reizen we af naar het zuiden, (opnieuw) bestemming hoofdstad Nairobi. M’n gelegenheid om de stad wat beter te verkennen in de namiddag na een busritje van 8 uur. Het wordt m’n tussenstop om de dag erna door te reizen naar Namanga, het grensgebied tussen Kenia en … Tanzania!

Say wha?
De straatverkopers zijn altijd weer een uitdaging. Soms negeer ik ze, soms praat ik een heel verhaal mee en ben ik “Fred from Germany”, maar nooit kom je snel van ze af. Tot ik het gouden ei vond: zeg dat je werkt en woont in de stad. Het is simpel: onthoud de naam van de eerste bank die je ziet en vertel dat je er werkt op de afdeling marketing. Voila! Toeristen zijn interessanter voor de touts.

Ik kende de stad tot nu toe enkel van ‘s nachts en ‘s ochtends vroeg, maar dat blijken de betere momenten te zijn. ‘s Middags is het onmetelijk druk, en Nairobi is niet een warm welkom na een paar relaxte dorpen en steden. Toch is het interessant om binnen Afrika het enorme verschil te zien tussen de dorpjes en de drukke stad.

Na een busticket geboekt te hebben naar Arusha (Tanzania), banjer ik nog wat rond in de stad. De eerste ‘touts’ (straatverkopers) zijn gemakkelijk af te slaan, maar dan doet er zich een die hard voor die me z’n winkeltje introduceert. Wat toeristenrommel weigeren verder, ‘verdwijn’ ik (2 meter blank verdwijnt niet tussen 1.70m donker) weer in de menigte. Maar de die hard – ik vermoed dat-ie van een drupje houdt – achtervolgt me. Niet een paar straatjes, maar een hele wijk, en later de hele weg naar m’n hostel. Blijkt, als de deurwachter komt vragen of ik een man met een blauw vintage jasje ken.

Veel lost zichzelf op in Afrika, en zo gaan de junkies uiteindelijk definitief op in de menigte. Arusha calling!

Say wha?
Tijdens m’n restaurantbezoek komt er een Keniaan aan tafel zitten die blij is om me te zien. Logisch, want hij heeft me lange tijd niet gezien en kent ‘die Italiaanse vriend’ van me ook wel. Welkom, een nieuwe tactiek om de wandelende portemonnee (westerling) te laten neertellen voor een niet-bestaand studieprogramma van een achterneef. Daarna de creatieveling weggejaagd van m’n spicy chicken. Hoewel de woorden – “I’ll wait for you outside!” en de Afrikaanse schemer me toch iets minder lieten genieten van genoemde kip. Anyway, that’s tourist life in Nairobi.

Sweet Kisumu

Dat m’n hostelletje op een ‘christian compound’ staat had ik nog niet in verband gebracht met een kerkmis vanaf 05.00u ‘s ochtends. Inclusief luid gezang. Ik begin de vroege Afrikaanse ochtenden die iedere dag op een andere manier beginnen, te waarderen. I’m serious – de reeks van koeien, geiten, hanen, gospelkoren waarmee je wakker wordt is humor. En zeker met een levensgenieter als hostelbaas kun je alleen maar lachen over ingekorte nachtrust. Shoot, ik word langzaamaan een Afrikaan. Later tijdens m’n reis zou ik ‘t wake-up-lijstje overigens uitbreiden met de roep van een moskee en absurd gekrijs van een baboon-aap 3 meter van mn tent op safari. [vertelstem]Maar daarover later meerrrrr…[/vertelstem].

Say wha?
De zoo, waar tussen de opgezette hertenkoppen, gnoes en elanden uit principe een foto van de president in het midden van de hal moet hangen. Principes zijn principes, en daarom hangt de belangrijkste man van Kenia met trotse foto tussen het opgezette wild.

Good. Kisumu. Een dagje lekker door de stad gelopen, en wat meteen opvalt op zondag is de rust. Praktisch de hele stad zit in de kerk, en ik loop als een heidene fruit en armbandjes in te kopen. Heerlijk zonder enige coördinatie zet ik m’n koers door de hitte voort. Wat onderhandelen hier en daar en wat historie meegepakt over Kenyatta, de eerste president. M’n biologische regionen in de hersenpan bijgewerkt met een krokodil en de giftigste slangen ter wereld op een paar centimeter afstand – in de zoo.


Opnieuw aangenaam verrast door de Afrikaanse keuken, met hun interpretatie van de pizza. Na een biervrije periode afgeblust met een Tusker (naast Kilimanjaro, Safari en Castle home brewn Afrikaans bier) – some things never change. Goed sfeertje in Kisumu!



 

Lake Victoria

M’n tijd in Afrika is schaars. En daarom plakken we er na het toernooi meteen een tour naar Lake Victoria aan. 06.00u eruit, en hup in de taxi richting Kisumu: Na Nairobi en Mombasa de derde stad van Kenia. Populair om de ligging aan het Victoriameer. Nog wat kleine oogjes omdat we gister meteen na het toernooi doorgewerkt hebben om alles financieel rond te hebben tussen de stichtingen, en hebben afgesloten met een home-made pizza bij Jo.



Vriend aan huis Michael heeft een busje geregeld, en heeft ‘m voor de gelegenheid bemand met z’n zoontje. Uiterst gemanierd mannetje dat urenlang tijdens de rit voor zich uitstaart, een koekje eet en verder weinig zegt. En ook Babu is erbij. Een maat van Michael, en die moet toevallig ook in Kisumu zijn. Kan-ie gezellig meerijden. Hoewel gezellig wat overdreven is: de beste man heeft op de heenweg – toch al gauw 3 uur – geen woord gerept. Sfeer in het busje was verder top, en na een pitstop op Kisumu Airport (het is voor dames lastiger een plasplaats te vinden dan mannen in Afrika) konden we Kisumu in.

Say wha?
Je hebt zelden een ritje in Afrika zonder gestopt te worden door politie – of iets wat daarvoor doorgaat. Stoppen is betalen – aangezien de agent altijd wel concludeert dat je knipperlicht te langzaam knippert of je bumper uit te veel verschillende plasticsoorten bestaat. Michael snapte ‘t en verklaarde in één klap de 5 bijbels die op z’n dashboard lagen tijdens de rit. De politieagenten kwamen van een koude kermis thuis toen ze een bijbel ontvingen als ‘bribe’. En die weiger je niet in deze christelijke regionen. Eat that, officer.

Geinige stad. Het heeft het aanzien en faciliteiten van een grote stad, maar is minder ‘drukkend’ dan een megastad als Nairobi. Een dagje rondbanjeren, marktjes afstruinen en die-hard onderhandelen (m’n India-onderhandelingsskill weer even afgestoft), en: een resort bezoeken. Niet m’n persoonlijke favoriet – ik houd van de pure ervaring in plaats van een gemaakte. Ik houd al helemaal niet van de ultieme toeristen die zichzelf vervreemden van een land en zich afvragen wie die ‘locals’ in vredesnaam zijn. Maar, toch goed voor vergelijking (en laat ik eerlijk zijn: het is geen straf) om er eens binnen te stappen.


Eerste aanzicht: verdeurie, wat is het hier blank! Stikt van de mzungu’s (blanken) in dat resort. Je stapt in feite van een hectische en vieze straat in een oase van rust. Gemaakte rust, want ik vind het bijna beschamend. Natuurlijk wordt er mooi op ons verdiend, het voelt vreemd aan. Beetje koloniaal, en nare gedachte is dat deze resorts voor een groot deel op hun beurt in handen zijn van blanken, en dus imperialisme 2.0 eigenlijk plaatsvindt. Ik accepteer de werkelijkheid hier en baan me een weg door Franse, Vlaamse en Duitse accenten voor een duik in het zwembad en eet (een overigens sublieme) maaltijd mee.

Say wha?
Diezelfde avond hebben we een vangst uit het meer op ons bordje liggen. Lekker met de handjes de Victoriabaars – errrrugg smakelijk – oppeuzelen. Saillant detail dat Michael net als alle andere Afrikanen alles van de vis opeet – dat betekent met oog, kop en staart.

Wat is het Victoriameer zonder een rondvaart? Weinig, dus let’s go. Een simpel bootje (overigens net iets te simpel toen er een nijlpaard ~2.500 kg naast ons zwom) met een alleswetende captain verzorgt een tour langs kleurrijke vogels, het waterleven en het vissersdorpje in het meer. Een meer met een lang verhaal – na begin jaren ’90 bijna compleet leeggevist te zijn, lijkt het nu beter te gaan.


De avond valt in Kisumu met een prachtige zonsondergang aan het water. Het einde van de dag, maar ook het eind van m’n verblijf met Jo & Emily, de vriendelijke en gastvrije Britten die geweldig bijgedragen aan het toernooi, maar zeker ook aan mijn verblijf persoonlijk. Thanks!


Onze vriend en chauffeur Michael kent overal mensen, en dus ook in Kisumu. Ik slaap daarom in een simpel maar tof huisje op een christelijk compound (God’s Assembly) in Kisumu. Een keer niezen opent iedere deur in het huisje, maar dat mag de pret niet drukken. Plekje voor de nacht, en op naar een extra dagje Kisumu bij gebrek aan bustickets naar Nairobi…no worries 🙂



UNITED CUBS TOURNAMENT

Als een klein kind zit ik met grote ogen uit het raampje van de Landrover te staren. United Cubs houdt vandaag het zestiende toernooi sinds haar oprichting. En Kimilili is de plaats waar ‘t ooit begon voor de dappere Oranjeleeuwen door Afrika. De ‘van’ zit vol spullen, en mijn koppie zit vol grote verwachtingen. Ik kan niet wachten!

Over een uurtje staat ‘t veld vol met kids – hoewel het bij ontvangst al aardig gevuld is. Niet alleen de 100 talentvolle kids (jongens en meisjes) die komen voetballen, maar ook hun klasgenootjes (ik schat 2000) zijn uitgetrokken. Massaal. Het ziet paars, groen, blauw en geel van de schooluniformen en de ene doerak brult nog harder dan de andere 🙂 Het is een bijzondere dag voor de scholen, aangezien er doorgaans geen budget is voor evenementen als deze. Sport is erg belangrijk voor ze, maar de mogelijkheid tot het uitoefenen wordt vaak simpelweg ontnomen door gebrek aan kansen. Vandaag kunnen we met United Cubs iets veranderen.

Inderdaad, ‘we’, want ik krijg enorme support. Waardoor het ook langzaamaan oranje kleurt op het veld van de Kamusinga Primary School. Het team van IcFEM – onze partnerorganisatie – en locals dat zich heeft aangeboden voor hulp telt op tot zo’n 30 mannen en vrouwen met ieder hun specialiteit: EHBO’ers, scheidsrechters, lijnrechters (yep – het voetballen wordt bloedserieus genomen!), vrouwen die voedselpakketjes maken, twee heuse live commentatoren, cameramannen en chauffeurs die tussendoor spullen halen. Hartverwarmend om te zien met hoeveel toewijding iedereen z’n werk oppakt. Het maakt de locals trots om een oranje United Cubs t-shirt te mogen dragen, en da’s een groot compliment voor ons.


We tellen inmiddels drie kwartier op bij de geplande starttijd, maar dat interesseert niemand wat. Mij ook niet, als vers afgekickte westerse control freak. De directeur van de verenigde scholen neemt het woord en opent het toernooi met een gebed en een welkomstwoordje. De middenstip is voor de gedreven voetballers echter het belangrijkste vandaag. Het eerste fluitsignaal gaat, en een spel van blote voeten, voeten met schoenen, wilde sprongen, harde schoten en verbazingwekkend gecontroleerd spel gaat van start. Ondersteund door klasgenootjes (er is inmiddels een hele haard gevormd rond de doelen) schreeuwen hun teams er door. Ze zijn kwaad bij ballen die naast gaan, en dansen en zingen bij ieder doelpunt. Voor hen die even afleiding willen, hebben we langs de zijlijn allerlei eenvoudige spelletjes, en rood-wit-blauw schmink. Zo eenvoudig als het klinkt, is het ook. We betekenen gezichtjes van de uitzinnige kids die vervolgens al hun vriendjes optrommelen voor de wachtrij. Ik heb geschilderd tot de laatste millimeter schmink erop zat. Wat een feest!

‘t Is opnieuw een dag waarop controle loslaten van belang is. Nadat ik een wedstrijdschema met tijdsindicaties en velden had uitgewerkt, kan alles weer op de schop. Scheidsrechters hebben andere gedachten over de invulling en krijgen hun inspraak. Uiteindelijk pakken we er toch een veldje bij, waardoor ook de scores door andere mensen van ‘t team worden opgepakt. Improvisatie is het belangrijkst van allemaal in Afrika. Ik heb in de korte tijd dat ik er ben, veel vertrouwen ontwikkeld in de manier waarop dingen geregeld worden. Een hele andere manier en soms haaks op wat je in gedachten had, maar: het komt goed.




Het toernooi vordert – zoals alle aanwezigen behalve ik in Swahili van de verslaggevers in volle glorie door de boxen verstaan. Het voedselpakketje (‘scuns’ brood, banaan en frisdrank) heeft de spelers goed gedaan. Al is de thuisploeg Kamusinga met de boys de hekkensluiter, de meisjes van het thuisteam doen het goed. We tellen al half 5 in de middag als we aan de finales op het grote veld beginnen. De duurzaamheid van de houten goals wordt op de proef gesteld: zowel de jongens- als de meisjesfinale loopt uit op penalty shootout. Voor de euforie overigens een geweldige ontwikkeling: na het winnende doelpunt is er een explosie van vreugde van de winnende school. Vele rondjes ‘cheering’ rond het veld volgen: het schoollied en een vreugdedans zijn alles wat de kids nodig hebben.

De bedankwoordjes van de scholen en van IcFEM overweldigen me. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het er zwaar mee had. Weinig is zo relativerend. In een paar seconden komt alles samen, staan honderden kids met grote ogen naar je te luisteren, schitteren er honderd andere jongetjes en meisjes met nieuwe t-shirts en is iedereen uitzinnig blij. Even een andere werkelijkheid. En kort zal het duren, want behalve dat het voor mij persoonlijk een dijk van een gebeurtenis is, we staan hier voor de kids. Tijd voor de handgemaakte, houten goudspray medailles, tijd voor de teamtrofees en tig dankbare gezichtjes die daarop volgen. De kinderen hebben het laatste woord met hun bedanklied gericht aan ons front 😀





Vandaag gaat de zon op de evenaar iets minder snel onder op deze Kamusinga Primary School velden. Wanneer de laatste kids hun weg naar huis gemaakt hebben, kijk ook ik met een glimlach om. En daarmee sluit ik me aan bij duizenden kids en lokale winkeltjes wiens business weer een klein stukje gegroeid is. Play for a smile – een slogan die vandaag opnieuw letterlijk werd.

Supporters, fanatiekelingen, organisators, IcFEM, en alle lieve mensen die hun onvoorwaardelijke steun geven aan United Cubs: BEDANKT!





Getting ready

Ik sta vroeg op voor onze laatste regeldag – en een regeldag is het letterlijk. Samen met David check ik ‘the venue’ nog een keer – de grasmat waar de kleine Afrikaantjes morgen onoverwinnelijk rondrennen. We spreken met de directeur van één van de vier scholen, die vol ironie en met een grote lach op z’n gezicht al z’n collega-directeuren belt om te peilen “of ze klaar zijn voor de nederlaag” door zijn kids, en of  “ze wel genoeg getraind hebben de laatste weken”…geweldig hoe fanatiek niet alleen de kids, maar ook iedereen eromheen wordt van de sport. Inclusief  ‘the board’ van IcFEM – het voelt erg goed om voeten in de aarde te krijgen in deze samenwerking tussen stichtingen.

Say wha?
“You are fat!” wordt met het grootste gemak tegen een onbekende volslanke vrouw op straat gezegd. Slank zijn is geen schoonheidssymbool in lokaal Afrika. Ik noem ‘t zelf de ‘survivalcultuur’ – waarden die in Kenia compleet anders liggen dan de ‘onze’ – simpelweg omdat ze niet bijdragen tot overleven. Een extra kilootje is goed.

Op het IcFEM-compound passen we een laatste begroting aan, spreek ik met een oud-international van het Keniase nationale voetbalteam (we hebben ‘m als scheids!) en discussiëren we over het doen van inkopen. Ah, en jongensdromen kunnen simpel zijn, maar het is VET om in een Landrover door Afrika te rijden 😉 Boodschappen: done.

Als klap op de vuurpijl nog totaal out-of-the-blue gehoord van een Brit, Jeremy, die over een maand naar Afrika wil komen om het vervolg op ‘mijn’ toernooi  te organiseren. M’n telefoontje met ‘m is niet minder out-of-the-blue, maar het resultaat mag er zijn: Jeremy gaat 5 juli opnieuw een voetbaltoernooi organiseren in Kimilili, voor de vier andere basisscholen in de regio. En, why not, een derde toernooi? De scholen stellen zelf een finale voor waarin de winnaars van ieder toernooi tegen elkaar strijden. United Cubs say YES.

Say wha?
Op de blubberwegen worden motoren regelmatig tegengehouden om te checken of ze geen taxichauffeurs zonder vergunning zijn. Zo ook wij: een touw wordt gespannen als halte, dus weinig keus krijg je niet. Stoppen, even babbelen, verzoek om te betalen afslaan, en verbaasd zijn. Verbaasd zijn om de gele jas van de ‘guard’, met de typerende text ‘Say no to corruption‘…

Surprise!

Alrighty – let’s start the day with…a hot shower. Eerste (en, blijkt verderop, één na laatste) van m’n Afrikaanse verblijf). Fris & fruitig voor een nieuwe dag op het IcFEM-compound: organisatie van het United Cubs toernooi – alweer binnen twee dagen!

Divers dagje – heb het lange termijnplan van United Cubs uitgelegd aan de vrienden in Kimilili: we gaan een onverwoestbare voetbal verspreiden door de regio, en voorzien de ‘locals’ van ons concept. Zo kan op grotere schaal, en met meer empowerment van de plaatselijke bevolking, het idee van onze stichting doorontwikkelen. Geweldig om te zien met hoeveel enthousiasme het ontvangen wordt! Daarnaast de mensen van IcFEM wat Nederlands geleerd – ‘alles goed’ is voor de Swahiliaanse tong ook prima te doen 😀 Verder, na alle (2) pinautomaten van Kimilili geprobeerd te hebben, uiteindelijk via internet geld voor het toernooi overgemaakt. Mooie kans om ‘aunty Ann’ – een Britse dame op leeftijd en oprichtster van de stichting IcFEM in Kimilili – te leren kennen. Een dame met levenservaring – 31 jaar in Afrika woonachtig.

Say wha?
Ik heb groot respect voor de achtergrond van de meeste Kenianen – de armoede waarin zij opgegroeid zijn of nog steeds ervaren, is niet uit te drukken. Dat vormt een mens, en is met sommige sociale handelingen op te merken. Toen ik spontaan koekjes uitdeelde in de bus in de veronderstelling ‘één afpakken en doorgeven’ at de ontvanger van de koekjes rustig een hele stapel koekjes uit de koker op. Met in de bus nog genoeg mensen die daardoor niks hadden. Of op een feestje wanneer iedereen net binnenkomt en een bak popcorn gretig wordt leeggegeten zonder dat er rustig wordt gekeken of iedereen wel wat heeft. Verbazingwekkende momenten, maar op zich heel verklaarbaar.

De lunch is ugali – een onder Afrikanen delicate maaltijd van een soort samengeperst meel. Een stukkie kip on the side en een klein beetje jus, maar that’s it. Hoofdzakelijk een klei-achtige homp om weg te werken. Een typisch voorbeeld van een maaltijd om te ‘vullen’ – de Keniase keuken is niet heel divers, maar vooral gericht op overleven. Ik moet de maaltijd ook in dat licht beoordelen, en het slaagt in opvullen. Niet slecht, want m’n broekriem zit op uiterste (kleinste) stand. De hitte laat je keihard zweten en veel gewicht verliezen. Niet nieuw, en ik voel me uitstekend, maar we moeten aan de reserves denken 🙂 Een delicatesse ga ik ugali alleen niet vinden, eerlijk.

Soms is het wereldje klein: David van IcFEM blijkt lange tijd in India gestudeerd te hebben. In Rhajastan, het noorden. Prachtig, omdat we ineens een lading Indiase verhalen uit te wisselen. Op de achtergrond staat een dvd’tje op van een Nederlands christelijk koor waar ik nog nooit van gehoord had. David kreeg het van een andere Nederlandse stichting en spreekt op z’n best de plaats van afkomst ‘Gouda’ uit. Mooi!

Tof avondje volgt: even kunnen bellen met Saskia (yeehaaw!)  Life’s good in USA, dus ook in Afrika 😀
We houden een surpriseparty voor Dawsy, vriendin van de Britse delegatie. Ze komt langs voor ‘tea’, maar de woonkamer is gevuld met Keniase vrienden Michael en Anthony – in outfit. Spelletje wie-ben-ik (etiketje op het voorhoofd en ja/nee vragen) gespeeld met de Afrikanen, die onvoorstelbaar goed bleken te zijn (=de eerste kans pakken om te spieken en die indruk te wekken :D) Popcorn en fris dekken de lading in het alcoholvrije dorpje en we hebben een topavond 🙂







Teaching WASH!

Vandaag gaat een droom in vervulling. Ik liep er al lang mee rond, maar nu gaan we het eindelijk doen: lesgeven op een Afrikaanse school. En wel in het Water, Sanitation & Hygiene programme. Kids gaan leren om op simpele wijze stromend water te gebruiken om hun handen te wassen. Op het programma: 2 basisscholen in omgeving Kimilili, al snel goed voor een paar uur rondcrossen in de jeep.


Say wha?
Als de les echt voorbij is vult het grasveld zich met honderden kinderen. We nemen een plekje in op een stoel voor het publiek voordat het begint. Muisstil observeert ieder kind iedere beweging die we maken, ongelofelijk. Voorzichtig probeer ik een zwaai uit, waarna de honderden starende ogen worden vergezeld door een enthousiaste zwaai terug en gelach. Iedere beweging wordt gevolgd en geeft reden tot een feestje. Het kan verdomd eenvoudig zijn.

Na een bezoekje aan de directiekamer (de Afrikanen houden van deze formaliteit en twijfelen nooit om je het gastenboek voor te leggen – ik heb van dezelfde school het gastenboek bij ieder van m’n 3 bezoeken netjes getekend 🙂 Maar, vanzelfsprekend niet voordat we kennismaken met een Morgan Freeman lookalike. De beste man gaat voor ons met de hand 125 (!) medailles maken. United Cubs vindt het belangrijk om de lokale economie een impuls te geven. Morgan wordt goed door ons betaald en kijkt na een uitgebreid introgesprek uit naar de uitdaging.


Met Emily en Jo springen we in de ‘van’ voor een beste hobbeltocht. Ik staar lekker uit het raam in het gezelschap van onze uiterst bekwame chauffeur. De zoveelste – voor Afrikanen is de Dakar-rally geen uitdaging. We mogen er na 1,5 uur uit bij de eerste basisschool. Een voorzichtig koppie dat ontsnapt uit het klaslokaal merkt Emily en mij op, en benadert verlegen. In onze naïviteit geven we de doerak een handje, waarna het hele klaslokaal – tijdens te les – als een blik leegstroomt en stukken blanke arm claimt. Geweldig, niet in de laatste plaats omdat de lerares met de grootste glimlach bevestigt dat het allemaal goed is. De kids hebben de tijd van hun leven.


Aan boord hebben we ook Mercy, de definitie van een superenthousiaste African mama. Ik heb zelden iemand met zoveel overgave zo’n eenvoudige boodschap zien overdragen. Met z’n allen leren we de kids met een liedje hoe ze met hygiene omgaan. Het lijkt simpel, maar het voorkomt duizenden sterfgevallen. Benodigdheden: een paar takken, een jerrycan en wat water. Een andere IcFEM collega, Lennart, laat zien hoe eenvoudig een tapje, met de voet te bedienen, te maken is. De kinderen kijken gebiologeerd. We voeren de truc nog een keer uit op een andere basisschool waar de ontvangst van de show minstens zo goed is. Luidkeels zingende kinderen als resultaat, en natuurlijk geven ze ons als dank hun vooraf ingestudeerde dans. ‘t Is echt hartverwarmend mooi.

Back to daily life. De terugweg met een vastgereden truck. Tientallen mannen in de weer om de vrachtwagen met graanzakken – 90 kilo de man – eraf te slepen. Intussen vult de omgeving zich met dieselgassen van de truck die probeert los te komen, toeschouwers uit de omliggende dorpjes, en hulp om de vrachtwagen uit de modder te krijgen. Ik schaar mezelf tot de laatste groep en heb als een dolle staan duwen om beweging in de 2.500 kilo wegende rakker te krijgen.


In Afrika lossen dagelijkse probleempjes zich op een gegeven moment bijna vanzelf op. En zo ook dit; na een uurtje hobbelen ook wij verder. We sluiten de dag af met een film bij Jo. Nieuwe poging om A Beautiful Mind af te kijken – na een eerdere stroomstoring 🙂

Allowances

Maandagochtend was zelden zo’n trigger om te starten aan de week. Nog even zet ik om 06.00u in m’n allerlaatste stukje overmoedig georganiseerde stijl op papier wat ik vandaag wil regelen. Welcome to Africa Thommie. Vouw je papier in achten om het stukje over te houden dat je echt gaat regelen. Of gooi eigenlijk het hele blad meteen in de prullenbak. Maandag 13 mei 2013 is de dag waarop ik m’n laatste drift om iets in ‘onze’ stijl te organiseren laat varen in Afrika. Adapt.



We starten de dag met een sessie waarin een lokale priester wat passages en thema’s uit de Bijbel aanhaalt. Geinig hoe-ie actualiteit en oude verhalen combineert tot een verhaal. Niet altijd even samenhangend of smakelijk (hij haalt om 08.00u in detail het uitsmeren van elkaars uitwerpselen aan), maar het trekt de aandacht. Niet op de laatste plaats omdat ik als niet-gelovige nog bij vlagen het onderwerp word van de speech. Hoe ik het als lange afstandsloper zou maken, maar nooit als sprinter. Wordt daar even m’n droom om de 4 cm kleinere Usain Bolt in te halen weggevaagd! 😉

Say wha?
De langste dorpeling uit Kimilili ontmoet. He lost 🙂

Onze eerste meeting is een inventarisatie op het toernooi. Ik maak kennis met teamgenoten Rachel en David van IcFEM, allebei toppers die veel werk verzet hebben. Onze meeting in de stralende zon brengt veel ideeën op. Misschien ook wel wat te veel, omdat bij ieder nieuw plan praktisch de dag herschreven wordt. Vier basisscholen gaan meedoen aan het toernooi, en dus goed om even te inventariseren op ‘the venue’. Samen met David bezoek ik de school, waar hordes kinderen wild gaan van de blanke die het terrein opkomt, en waar we met de directie spreken over onze plannen.



Say wha?
In Keniase business is het gebruikelijk om elkaar een ‘allowance’ te betalen. Wanneer jij een meeting organiseert en daarvoor komt iemand uit zijn kantoor, dien je ‘m te betalen. Een soort van opportunity costs. Ik moest er even aan wennen: personen binnen je eigen organisatie verlangen het namelijk ook. Het zijn minimale bedragen, maar het principe voelt vreemd aan.

Een andere les is zonder twijfel de controle uit handen geven. Geen seconde getwijfeld dat alles qua organisatie goedkomt, maar als er onderhandeld wordt in Swahili heb je met Lonely Planet basiswoorden geen idee van wat er gedurende een half uur geregeld wordt. Vandaag doe ik het met enkel de conclusie: we hebben een prachtig veld en een zeer warm welkom (Swahili: Karibu!) gewonnen. Al is het nog maar maandag, we hebben goed vooruitzicht op een prachtige dag vrijdag! En ik ben een levensles wijzer.

Pray & rise

Mooowwoeeeeaaaaahhhhh! Niks mooier dan met een koe op 5 meter afstand wakker worden. De beste rakker wordt al snel bijgestaan door een geit, wat schapen en een haan die zichzelf heeft verslapen. Het is zondag – en dat zal je nooit ontgaan in Afrika. Beste outfit uit de kast, en op naar de kerk. Het dorp trekt uit in hun beste kloffie. Vooral de kids zien er opvallend netjes uit, en erg verschillend van wat ze doordeweeks dragen. De kerk is een happening voor de zeer gelovige mensen hier, en het is een essentieel onderdeel van hoe de samenleving werkt.

Say wha?
En…wie is die mzungu? Yep – iedereen die voor het eerst in de kerk komt stelt zich even voor. En van een bescheiden lachje na m’n voorstelrondje en – ‘how the heck ik verzeild was geraakt in dit dorpje in Afrika?’ was geen sprake. In tegenstelling, er werd een rij gemaakt. Van kerkgangers die me stuk voor stuk kwamen knuffelen. Welcome to the community!

Vergezeld door Jo, Emily, Dawsy en Dennis (zoon van eigenaar stichting IcFEM, Solomon), gaan we de kerk binnen, waar de ‘Usher’ al snel een mooi plekje voor ons selecteert. Vanaf het begin af aan is het een spektakel. Er wordt gepredikt, maar het grootste deel van de ceremonie is dans, zang en een enorme lading enthousiasme. Vol overgave wordt er in de rondte bewogen en is iedereen vrij. De burgemeester zit naast de lokale vakman en maakt een praatje. Hierarchie bestaat op de werkvloer, maar de familie, vriendschap en het geloof scheppen een band die daar heel ver boven staat.

Een lange mis verder was het ook weer tijd voor ontspanning. Kimilili heeft veel mooie natuur, en dus zijn we de lokale rots en waterval gaan opzoeken. Stukje lopen, en stukje op de ‘picky picky’: de lokale motortaxi. En ook de motorrijders zijn ontzettend bekwame coureurs. Ieder moment dat je denkt dat je nu toch echt op je bek gaat, maakt-ie nog een move dat je recht blijft hangen. Zorgen maken hoeft niet: de beste Afrikaan heeft immers dezelfde ochtend gebeden dat het goed gaat komen met deze rit. Yeehaaw!




Zekerheid in begin mei is regen, die iedere dag rond 17.00u komt. Deze dag kwam-ie alleen wat eerder. Zo waren we niet alleen zeiknat van de waterval, maar hoefden we ook door de regen niet te fantaseren over droge kleren. Gekkenhuis, want alles wordt complete blubber. Blij dat ik me toch niet al te hard heb uitgesloofd voor m’n kerk-outfit aangezien we rechtstreeks vanuit de kerk de natuur in gingen 🙂

Met rooie wangen – meer van het zonlicht of alle nieuwe avonturen is de vraag – het mandje in: maandag wordt de eerste dag van mijn missie hier: het United Cubs voetbaltoernooi!