dsc04338-1030x1373

A real life aquarium

Fight the time. Vanmorgen om half 6 uit bed om te snorkelen. Ali, een lokale strandganger die er niet in slaagt om binnen het Zanzibariaanse extra uurtje op te dagen, wordt ingewisseld voor een andere captain. Met goed geweld varen we naar Mnemba, een eilandje ten noorden van Matemwe. Het is een privé-eiland en mag niet worden betreden door het plebs, maar wat rondsnorkelen langs de kust mag. Het mini-eilandje lijkt de schoonheid tot zover nog eens te overtreffen met een azuurblauwe kust.

Ik krijg al een liter water binnen als ik onder water m’n mond open van verbazing. Wroaawl, zout. Zebravisjes, prachtig uitgegroeid koraal, vissen in alle kleuren en de hele onderwatercultuur houden me de komende twee uur in bedwang. En m’n captain ook, die ik heb gevraagd wat foto’s te maken. Waar ik niet bij stilstond, is dat ik niet had aangegeven van wie. En dus heb ik ook wat profile-pictures-in-spe van de gezellige stuurman op m’n flashcard (ook wat foto’s van mij spartelend in het water overigens). Genieten boven en onder water!

We hebben nog wat tijd, dus bezoeken we de lokale vismarkt nog even. Van Afrikanen die op het strand het laatste leven uit de inktvissen smashen tot aan een soort van hal waar tientallen Zanzibarianen staan te kijken naar een goeie lading vissen. Er wordt wat gewogen, een marktkoopman neemt de tijd om me alles te vertellen over hoe het hier werkt en er worden deals gesloten.

Say wha?
Alles komt goed. Die garantie krijg ik van de taxichauffeur als we kort voor m’n vlucht bijna onmogelijk vastrijden in de blubber. Hij heeft immers “vanmorgen gebeden heeft voor een behouden rit”. Alles komt ook goed voor het geval we gestopt worden door de politie: dan ben ik een inwoner en student uit de Tanzaniaanse stad Arusha – anders moeten we de agenten met hogere geldsommen omkopen. That’s the manual for the day.

De verschijning van de taxichauffeur die me naar de luchthaven rijdt, maakt me vrolijk. Het is vrijdag, de heilige dag voor moslims. En hij heeft z’n mooie witte pak aan. Toffe vent die me naar de even lugubere als beruchte slavengrotten brengt.

Na een ritje door de modder verkennen we de omgeving waar nog niet eens zo lang geleden hele nare dingen gebeurden. Hoe klein we van omvang als Nederland zijn, des te verbazingwekkender is ons verleden in slavenhandel. En om in Balkenendes woorden te blijven: die VOC-mentaliteit was er. Niet positief. We zijn bij de slave caves van Zanzibar, waar vele mannen in barre omstandigheden letterlijk werden opgeslagen voordat ze een enkele reis wind-mee op de boot kregen naar Arabische landen. Indrukwekkend, maar het geeft ook een akelig gevoel om daar binnen te staan.

Contrast is dan wel weer de guide die praktisch niks wist. Aantallen slaven, waar ze precies heen gingen, hoe de omstandigheden op het kamp waren – ik vraag ‘m de oren van z’n kop. Zonder veel voldoening, want iedere vraag wordt beantwoord met ‘yaaaa….nothing is reported about that’. Ah, ’t is in ieder geval een indruk. En veel mag ik niet verwachten van een rondleiding van minder dan een euro.

Op weg naar de luchthaven merk ik op dat de chauffeur nogal zenuwachtig is. Kijkt wat vluchtig rond en checkt z’n klokje met regelmaat. Vooral laatste – op je klok kijken op dit eiland – baart me zorgen. Hij blijkt te twijfelen of-ie kan vragen of we even kunnen stoppen omdat-ie in de moskee moet bidden. Kort nadat ik ‘m volmondig JA zeg dat-ie de moskee in kan, wacht ik aan de kant van de weg terwijl ik op de achtergrond ‘Allah akhbarrr’ hoor. ’t Is een setting waar ik een beetje melancholisch van word: lichte moesson, een zonnetje dat voorzichtig over de weg schijnt en het dagelijkse leven op straat. Reflectie op m’n reis – 5 weken zijn snel gegaan!

De Cessna staat klaar voor de vlucht terug naar Dar-es-Salaam. Dit keer geen copiloot-acties van ondergetekende, maar ik weet dat ik vliegavonturen vanaf nu toch weer een stukje anders beleef. De rust waarin ik zit wordt nog even opgeschrikt door een ritje in Dar-es-Salaam tussen twee luchthavens. De beste buschauffeur lijkt het Guinness Book of Record snelpraten op z’n naam te hebben staan. Tof dat-ie daarom de hele geschiedenis van Nederlanders in de Premier League samenvat in een rit van 10 minuten 🙂

De laatste stukjes Afrika passeren. Nog even wat formuliertjes bij immigratie, onsamenhangende wisselingen van gates en bij binnenkomst in het vliegtuig een “maar we zijn helemaal nog niet klaar met opruimen, ga maar even terug de wachthal in”. We doen voor de derde keer Nairobi aan als tussenstop.

Nadat we definitief koers maken naar Amsterdam, realiseer ik me een paar simpele dingen. Simpele dingen met grote impact. Deze reis voelt compleet. En ik voel me ontzettend bevoorrecht dat ik ’t heb kunnen doen!

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply